Begrotingsbehandeling SZW: stemmingen moties kinderopvang

04 december 2015

Donderdag stemde de Tweede Kamer over de begroting en de moties.

Daarbij werd gestemd over twee moties op het terrein van kinderopvang:

Motie over kinderopvang voor werkende ouder en zieke ouder onder de toeslag: verworpen
De motie van SP, GroenLinks en D66 om kinderopvang voor werkende ouder en zieke ouder onder de toeslag te brengen werd verworpen. Oppositiepartijen stemden voor, de coalitiepartijen tegen.

Op dit moment zijn ouders in deze situatie aangewezen op een tegemoetkoming via de gemeente. De gemeente bepaalt wie voor deze kinderopvang op sociaal-medische indicatie in aanmerking komt en met welke tegemoetkoming. Hierdoor kan er sprake zijn van verschillen tussen gemeenten in de toegankelijkheid en de hoogte van de tegemoetkoming. Gemeenten hebben hiervoor een landelijk budget van 28 miljoen euro via het Gemeentefonds beschikbaar. De Kamerleden stellen dat deze groep ouders benadeeld wordt door dit systeem. De minister liet de Tweede Kamer in een brief al weten dat hij vooralsnog vasthoudt aan de bestaande situatie. Woensdag herhaalde de minister dat nog een keer. Wel gaat hij kinderopvang op sociaal-medische indicatie onder de aandacht van gemeenten brengen en gaat hij de financiële toegankelijkheid in 2016 onderzoeken. Alleen als blijkt dat deze groep burgers geen of onvoldoende toegang heeft tot opvang, zal de minister het instrument van wetgeving inzetten. De minister ontraadde daarom de motie.

Motie over wegnemen van belemmeringen voor samenwerking opvang-onderwijs: aangenomen
De motie van PvdA, D66 en GroenLinks over wegnemen van belemmeringen voor samenwerking opvang-onderwijs is aangenomen. PvdA en een deel van de oppositie stemden voor, VVD en een ander deel van de oppositiepartijen stemden tegen. Daarmee verzoekt de Kamer het kabinet om binnen een halfjaar met concrete voorstellen te komen over wat er nodig is om het mogelijk te maken dat kinderopvang en onderwijs kunnen worden aangeboden vanuit één organisatie (zoals een integraal kindcentrum). En om daarbij ook (on)mogelijkheden voor de wettelijke verankering van kindcentra te onderzoeken. De minister gaf eerder in het debat al aan dat hij bereid is te kijken wat er nodig is om samenwerking tussen opvang en onderwijs van onderaf beter mogelijk te maken. Wel met de notie dat daarbij voor de minister de inhoud centraal staat en niet de vorm. Die samenwerking kan in de vorm van een kindcentra, maar ook op een andere manier tot stand komen. Brancheorganisatie Kinderopvang steunt deze lijn van de minister.