Update Vaste-Gezichten Criterium en 3 uur-regeling

17 januari 2020

Update Vaste-Gezichten Criterium en 3 uur-regeling

In de gezamenlijke brief van SZW, VNG en GGD GHOR in de afgelopen zomer werd aangekondigd dat inzake het vgc en de 3 uur-regeling de toezichthouder de ruimte kreeg om tot een professioneel oordeel te komen of er al dan niet sprake is van een overtreding in een bepaalde situatie. De GGD inspecteur moet een weging maken van twee zaken:

  1. Is gehandeld in het belang van het kind.
  2. Welke inspanningen heeft de kinderopvangorganisatie gedaan om zich aan de regels te houden. 

Om de toezichthouder handvaten te geven bij deze andere werkwijze werden aanpassingen aangekondigd van de beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang. De gezamenlijke branchepartijen hebben in een reactie op de brief erop aangedrongen mee te willen denken in het proces van de aanpassing van de beleidsregel. In de afgelopen maanden zijn er diverse overleggen geweest tussen alle betrokken partijen over dit onderwerp. Uiteindelijk is in een bijeenkomst waar de Brancheorganisatie Kinderopvang en BOinK aanwezig waren - BMK was er helaas niet bij aanwezig - de volgende gezamenlijke conclusie getrokken:

Concluderend:
De regels omtrent VGC en 3 uurs zijn strikt. Het is mogelijk om hieraan te voldoen, de combinatie met arbeidsmarktkrapte maakt dit wel extra uitdagend. Aanpassing van de regelgeving wordt voor dit moment niet als oplossing gezien.

Ook het beschrijven van overmachtsituaties in de (toelichting van de) beleidsregel is niet wenselijk. Dit zal geïnterpreteerd worden als een limitatieve lijst, waardoor kans ontstaat dat er situaties  ontbreken. Daarbij biedt het minder ruimte voor interpretatie en dialoog.

Het is belangrijk dat er ruimte is voor een professioneel oordeel. De voorgestelde wijziging van de beleidsregel biedt deze ruimte, maar dit moet op de eerste plaats bekend zijn bij iedereen en vraagt om een goede dialoog tussen KO organisatie en GGD. Het is belangrijk dat sprake is van vertrouwen en wederzijds begrip.

Het inspectiebezoek, waarbij sprake is van een beoordelingssituatie, levert altijd een bepaalde mate van spanning op. Het is dan ook goed om naast het inspectiebezoek ruimte te hebben voor dialoog. Mogelijkheden hiervoor zijn: een gesprek tussen GGD en KO organisatie los van inspectie, regiobijeenkomsten tussen GGD en KO organisaties, bijeenkomsten tussen GGD en besturen van kinderopvangorganisaties met meerdere locaties, uitwisseling tussen GGD uit ene regio en KO organisaties uit andere regio, gesprekken tussen oudercommissies en GGD inspecteur (evt uit een andere regio) etc. Ook een toelichtende brief, in duidelijke taal, vanuit de GGD kan behulpzaam zijn.

GGD GHOR NL neemt deze suggesties mee en zal nagaan in hoeverre dergelijke bijeenkomsten al plaatsvinden of er wellicht al goede voorbeelden zijn. GGD GHOR NL zal zich inzetten voor zoveel mogelijk uniformering en nieuwe vormen van samenwerking met meer informele gesprekken. NB iets van verschil zal er altijd blijven.

Goede voorbeelden van beschrijving van beleid en werkwijze van houders met betrekking  tot VGC en 3 uurs, welke geaccepteerd worden door de toezichthouder, kunnen ingezet worden. Verspreiding van dergelijke voorbeelden draagt mogelijk bij aan de uniformiteit van handelen.

Tot slot is vastgesteld dat tot nu toe weinig geschillen aan de rechter worden voorgelegd. Een gerechtelijke uitspraak zou kunnen helpen bij het duidelijk krijgen van bepaalde vraagstukken.

Bij de evaluatie van IKK zal specifiek aandacht worden besteed aan de regels omtrent VGC en 3 uurs. De opzet van de IKK evaluatie wordt geagendeerd voor een sectoroverleg. De uitkomsten van het AEF rapport worden betrokken bij het vervolg op de evaluatie van IKK. 


De Brancheorganisatie Kinderopvang kan zich goed vinden in deze conclusies. In een dialoog (en niet een afvink lijst) kan de houder goed aangeven welke inspanningen hij heeft gedaan en hoe in het belang van het kind is gehandeld. Verspreiding van goede voorbeelden van het beleid en de werkwijze die door toezichthouders en kinderopvangorganisaties worden geaccepteerd, zullen de duidelijkheid bevorderen waarmee een gelijk speelveld voor alle organisaties wordt gerealiseerd.