Update Wab: Administratie WW-premiedifferentiatie

11 december 2019

Update Wab: Administratie WW-premiedifferentiatie

Op 1 januari a.s. treedt de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking. Onderdeel daarvan is differentiatie van de WW-premie naar de aard van het contract. De lage WW-premie mag worden afgedragen voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, mits er geen sprake is van een oproepovereenkomst. In alle andere gevallen geldt de hoge WW-premie (enkele specifieke uitzonderingen daargelaten).

Voor de lage WW-premie is een door werkgever en werknemer ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd nodig of een door beide partijen ondertekend schriftelijk addendum bij de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst. Omdat niet alle werkgevers in staat zullen zijn om per 1 januari a.s. voor de lopende contracten (alsnog) te voldoen aan deze eis, heeft Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat werkgevers tot 1 april a.s. de tijd krijgen om hun administratie op dit punt in orde te brengen.

Werkgevers mogen de lage WW-premie afdragen, ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepovereenkomst) nog niet schriftelijk is vastgelegd of als de arbeidsovereenkomst of een addendum daarbij nog niet door beide partijen is ondertekend. Dit geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die voor 1 januari a.s. in dienst zijn getreden.

Uiterlijk voor 1 april 2020 moet voor deze werknemers in de loonadministratie de door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst zijn opgenomen of het door beide partijen ondertekende schriftelijke addendum. Daaruit moet blijken dat de werknemer al op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Als niet voor 1 april 2020 aan deze voorwaarden is voldaan, maar de arbeidsovereenkomst wel voortduurt, is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

Zie voor meer informatie de brief van Minister Koolmees.