Cao kinderopvang; werkgevers kinderopvang stellen bovengemiddelde loonstijging van ruim 10% voor

Cao kinderopvang; werkgevers kinderopvang stellen bovengemiddelde loonstijging van ruim 10% voor

Werkgevers nemen hun verantwoordelijkheid: voor medewerkers, voor de toegankelijkheid van de kinderopvang en voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering van de sector. Zij bieden medewerkers waardering en perspectief door een eindbod van meer dan 10%, door een hoger startsalaris en een langer doorgroeiperspectief. Een goed en evenwichtig loonbod dat het echt aantrekkelijker maakt om te (blijven) werken in de kinderopvang. Met dit voorstel met een looptijd van 2 jaar wordt rust gecreëerd voor de sector in aanloop naar het nieuwe kinderopvangstelsel 2025. Werkgevers geven met dit voorstel invulling aan de verantwoordelijkheid die zij voelen, in lijn met de oproep van minister Karien van Gennip, voor de betaalbaarheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van de kinderopvang sector.

De kinderopvang heeft te maken met hoge inflatie, stijgende energieprijzen en een groot personeelstekort. De regering compenseert een deel van de inflatie op energie en koopkracht. Daarnaast zullen veel kinderopvangorganisaties hun reserves moeten aanspreken. De betaalbaarheid van kinderopvang is voor ouders van belang. Daarnaast heeft kinderopvang ook een maatschappelijke functie en om die reden is brede toegankelijkheid van kinderopvang een aandachtspunt. Werkgevers vinden dat daarom de fiscaal maximum uurtarieven voor 2023 voor kinderopvangorganisaties omhoog moeten.

Op 1 januari 2025 gaat het nieuwe kinderopvangstelsel in waarbij kinderopvang bijna gratis wordt. Een majeure operatie waar nog veel voor moet gebeuren om het echt mogelijk te maken. Werkgevers creëren rust in de sector met een tweejarige cao die loopt tot 1 januari 2025. Over een jaar opnieuw cao-gesprekken voeren leidt af. Liever leggen we de focus op de kinderen. En deze tweejarige cao biedt daarnaast zekerheid aan medewerkers.

De werkgevers leggen een evenwichtig eindbod voor aan de werknemersorganisaties, met oog voor de korte èn de lange termijn. Er wordt een bovengemiddelde loonstijging voorgesteld van ruim 10%, dit verdienen alle pedagogische professionals en andere medewerkers in de sector. Aanvullend wordt perspectief geboden naar de toekomst, door aan alle schalen twee tredes toe te voegen. Daarnaast vervallen de eerste tredes in een loonschaal. Dit zorgt ervoor dat het voor starters extra aantrekkelijk wordt aan een loopbaan in de kinderopvang te beginnen. Veel medewerkers in de kinderopvang zitten al jaren aan het einde van hun schaal, en kunnen hierdoor de komende jaren weer doorgroeien door toekenning van een periodiek. Afhankelijk van in welke schaal een medewerker zit, betekent dit een extra loonstijging van 2-2,5% per jaar, bovenop de cao-loonstijging. In de voorbeelden die hierna volgen is dit uitgewerkt. Deze voorbeelden laten zien dat het bod van werkgevers zoden aan de dijk zet, want medewerkers gaan er goed op vooruit in deze nieuwe cao. Het is belangrijk dat de werkgevers de balans bewaken tussen drie pijlers: 1) het belang van de medewerkers, 2) de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de kinderopvang voor ouders en 3) de gezonde en toekomstbestendige bedrijfsvoering van de kinderopvang organisaties. Met dit eindbod wordt deze balans bewaakt, krijgen de medewerkers een welverdiende en bovengemiddelde loonstijging met doorgroeiperspectief, hoeven de uurtarieven niet nog extra omhoog, en komt de financiële bedrijfsvoering van de organisaties niet extra onder druk te staan.

Verhoging kinderopvangtoeslag
Onlangs hebben de werknemers, werkgevers gezamenlijk een oproep gedaan aan de minister, ondersteund door de oudervertegenwoordiging, om de indexering van de kinderopvangtoeslag te verhogen, aangezien de huidige verhoging voorbij gaat aan de huidige hoge inflatie en kostenstijgingen. Het ministerie loopt feitelijk ‘achter de feiten aan’. Mocht het ministerie alsnog besluiten om het tarief van de kinderopvangtoeslag te verhogen, dan zal deze verhoging één op één verwerkt worden in een extra verhoging van de salarissen van de medewerkers in de sector, zonder dat de eerder genoemde balans in gevaar komt.

Korte samenvatting van financiële eindbod van werkgevers

  • Per  1 januari 2023 stijgen de salarissen nominaal met € 100,- bruto per maand (=gemiddeld per medewerker ca. 3,9% stijging op jaarbasis) en vervolgens daarbovenop met 1,25 %
  • Het effect daarvan is dat lagere salarisschalen meer stijgen dan hogere schalen.
  • Per 1 januari 2024 stijgen de salarissen met 3 %.
  • De eindejaarsuitkering die in december van elk kalenderjaar wordt uitbetaald wordt verhoogd met 2,0% vanaf 1 januari 2024.
  • Per 1 januari 2024 wordt het salarisgebouw op de volgende wijze aangepast:
  • Per salarisschaal komt de eerste trede te vervallen, met uitzondering van schaal 1. Instroomsalaris niveau stijgt dus, waardoor het aantrekkelijker wordt om in de sector te komen werken.
  • Per salarisschaal komen er twee tredes aan het eind van de salarisschaal bij. Groei per trede is 2-2,5%, afhankelijk van schaal.
  • het levensfasebudget wordt, gedurende een periode van maximaal vijf jaar, geïndexeerd.

Vanzelfsprekend zijn er ook nog diverse voorstellen gedaan op kwalitatief gebied en met betrekking tot werkplezier en werkdruk.

Voorbeelden van concrete impact voor medewerkers
Sandra, 20 jaar net klaar met de opleiding PW3, in december 2022 begint met werken (36 uur per week) verdient zij een startsalaris van 2.254 euro (1). In de nieuwe CAO zal Sandra als zij begint straks een startsalaris verdienen van 2.565 (2), dat is een verschil van 311 euro per maand.

Nadia, 45 jaar en werkt al 20 jaar in de kinderopvang (schaal 6, trede 21), 36 uur per week, verdient in december 2022 een salaris van 3.068 euro per maand (1). In de door werkgevers voorgestelde CAO verdient Nadia in januari 2024 een salaris van 3.453 (2) euro per maand, dat is een verschil van 384 euro per maand. Zij zal na jaren in de hoogste trede te hebben gezeten weer een periodiek krijgen en naar trede 22 stijgen.

Ruben, 30 jaar werkt al 5 jaar in de kinderopvang, voor 36 uur per week, (schaal 6, trede 14), verdient in verdient in december 2022 een salaris van 2.565 euro per maand (1). In de door werkgevers voorgestelde CAO verdient Ruben in januari 2024 een salaris van 2.836 (2) euro per maand, dat is een verschil van 271 euro per maand.

1) Dit is inclusief 3% eindejaarsuitkering (uitgesteld loon die hij of zij ontvangt aan het einde van het jaar of eerder bij einde dienstverband)

2) Dit is inclusief 5% eindejaarsuitkering (uitgesteld loon die hij of zij ontvangt aan het einde van het jaar of eerder bij einde dienstverband)

Lees hier het eindbod van BK & BMK om te komen tot een CAO Kinderopvang 2023-2024.

Lees hier het volledige persbericht

Cao Kinderopvang