Iets te lezen in de kerstvakantie? Rapport samenwerking in het toezicht op de kinderopvang.

18 december 2019

Iets te lezen in de kerstvakantie? Rapport samenwerking in het toezicht op de kinderopvang.

Onderzoeksbureau AEF heeft recent de samenwerking in het toezicht op de kinderopvang onderzocht. Op basis van hun bevindingen hebben zij een advies en een aantal mogelijke ontwikkelingsrichtingen geformuleerd. Wij hebben het rapport met interesse gelezen en zullen het op de agenda van het “sectoroverleg” zetten. Dit is het structureel overleg met het ministerie met BK, BMK, BOinK, Voor Werkende Ouders en de bonden.

AEF stelt dat in het huidige stelstel van toezicht en handhaving kinderopvang een aantal basale keuzes zijn gemaakt:

  • Een decentrale inrichting van het stelsel - vergunningverlening, toezicht en handhaving is belegd bij gemeenten (en deels gedelegeerd naar GGD’en).
  • De verantwoordelijkheden voor toezicht (GGD) en handhaving (gemeente) zijn van elkaar gescheiden.
  • Er wordt een bepaalde mate van uniformiteit van toezicht en handhaving nagestreefd, via bijvoorbeeld landelijke partijen met een uniformerende taak, die onder meer landelijke richtlijnen voor het toezicht opstellen (Toezicht Kinderopvang bij GGD-GHOR)
  • Naast het eerstelijns toezicht is interbestuurlijk toezicht georganiseerd, uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs.
  • SZW is als stelselverantwoordelijke regisseur van het geheel van partijen. Tegelijkertijd onderhoudt het ministerie ook één-op-één relaties met de verschillende partijen.

In het stelsel en de samenwerking daarbinnen doen zich een aantal knelpunten voor.

  • De uitdagingen die voortkomen uit de veelheid van partijen in het stelsel, de scheiding tussen toezicht en handhaving en de soms lastige positie van de koepelorganisaties in het stelsel.
  • De verschillen tussen partijen wat betreft hun visie op toezicht en handhaving. Die uiten zich onder meer in discussies over de rolverdeling tussen toezichthouder en handhaver.
  • Er bestaat onduidelijkheid bestaat over de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen.
  • De samenwerkingsrelatie tussen partijen staat onder druk staat en de overlegstructuur moet worden verduidelijkt.

AEF analyseert het stelsel van toezicht op de kinderopvang als zeer complex, waardoor de knelpunten ontstaan. Er is een inherente spanning tussen decentraal belegde taken en een streven naar een mate van uniformiteit in de uitvoering. Decentrale actoren (gemeenten en GGD’en) zijn verantwoordelijk voor taken waarin ze maar weinig speelruimte hebben. Tegelijk heeft het Rijk maar weinig sturingsopties richting de uitvoering, die decentraal is belegd. De complexiteit van het stelsel, in combinatie met de hoeveelheid betrokken partijen, maakt dat het afbakenen van rollen en verantwoordelijkheden een grote opgave is. De door partijen gewenste inhoudelijke ontwikkeling van toezicht, richting principle based kwaliteitstoezicht, komt mede als gevolg van de belemmeringen in het stelsel onvoldoende van de grond.

AEF ziet gevolgen op twee niveaus. In de eerste plaats zorgt de moeizame samenwerking voor energieverlies bij alle partijen. Ten tweede lijdt het gezag van toezicht en handhaving onder eronder.

Het rapport beschrijft vier ontwikkelstappen voor de verbetering van de samenwerking:

  1. Het toewerken naar een gedeeld beeld van rollen en verantwoordelijkheden, en het
  2. organiseren van doorlopende reflectie hierop.
  3. Meer aandacht voor ordentelijke procesvoering in de samenwerking.
  4. Een heldere ordening van de overlegstructuur.
  5. Het ontwikkelen van een gedeelde visie op de inhoud van toezicht en handhaving.

AEF denkt dat het stelsel in zijn huidige vorm niet voldoende in staat is om een aantal thema’s structureel aan te pakken. Daartoe zou de complexiteit van het stelsel minder complex moeten worden. Hiervoor zijn vijf verkennende denkrichtingen geformuleerd:

  1. Toezicht en handhaving bij één organisatie beleggen
  2. Het organiseren van toezicht en handhaving op landelijk niveau
  3. Het nadrukkelijker lokaal beleggen van toezicht en handhaving
  4. Het scheiden van de verschillende rollen van koepelorganisaties
  5. Het differentiëren in verschillende toezichtstaken
Gerelateerde dossiers Toezicht en handhaving