‘Mét andere ogen’ de regio’s in

14 juni 2019

‘Mét andere ogen’ de regio’s in

Alle kinderen verdienen optimale ontwikkelkansen, ongeacht hun zorgbehoeften, gedrag of beperkingen. Het moet gaan om de vraag ‘wat heeft dit kind nodig’?
Vanuit deze overtuiging wordt vanuit een brede coalitie van 21 landelijke partijen* , waarin  jeugdhulp, onderwijs, kinderopvang en ouders vertegenwoordigd zijn, een gezamenlijk programma uitgevoerd dat gericht is op het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en -zorg.
De uitwerking van twee adviezen uit het rapport “mét andere ogen” staan centraal:  het ontwikkelen van interprofessionele samenwerking (in teams) op scholen en het maken van brede lokale afspraken over jeugd onder regie van de gemeente.
Naast landelijke activiteiten gaat de coalitie vooral de ontwikkelingen in zogenoemde Inspiratieregio’s ondersteunen, waar de adviezen uit het rapport ‘Mét andere ogen’ in de praktijk worden gebracht.


Lerende netwerken vertrekkend vanuit het kind en ouders
In het onlangs verschenen rapport van kwartiermaker René Peeters ‘Mét andere ogen’ staan zeven adviezen om de aansluiting tussen onderwijs/kinderopvang-zorg-jeugd te versnellen en te bestendigen.
Deze samenwerking krijgt al op veel plaatsen in Nederland vorm. In de praktijk stuiten ouders, kinderen en professionals echter op allerlei barrières. Om tot een duurzame en werkende oplossing te komen zijn er nieuwe aanpakken nodig.  Dit vraagt om lerende netwerken op meerdere niveaus: op niveau van samenwerkende organisaties, op gemeentelijk niveau, op regionaal en landelijk niveau.

Implementatiestrategie: landelijk aanjagen en de regio’s in met twee speerpunten
Op basis van het advies Mét andere ogen is een implementatieplan opgesteld, waarin gekozen is voor de uitwerking van twee speerpunten.

Het eerste speerpunt is interprofessionele samenwerking op scholen. Teams van meerdere professionals die tijdig de goede inschatting maken van wat een kind nodig heeft en die waar nodig laagdrempelige ondersteuning bieden met de juiste expertise, dichtbij het kind en gezin. Dit heeft een preventieve werking op latere zwaardere zorg.

Het tweede speerpunt is het maken van brede lokale afspraken over jeugd onder regie van de gemeente. Dit betekent: met de betrokken partijen komen tot een gezamenlijk gedragen visie over de jeugd, vertaald naar heldere afspraken en resultaten.

De coalitie zal initiatieven die werken aan deze speerpunten op gemeentelijk of regionaal niveau ondersteunen door 10 inspiratieregio’s te selecteren. Deze worden intensief gevolgd in hun vorderingen en gevoed door kennis en ervaringen van experts en partners. De ervaringen die opgedaan worden in deze regio’s worden verspreid en dienen als inspiratie voor andere regio’s.  Zo kan geleidelijk uitbreiding plaatsvinden van 10 naar 40 regio’s. Eind juni wordt bekend hoe inspiratieregio’s kunnen meedoen.

Programmaleiding in handen van René Peeters en Marijke Andeweg
René Peeters (bestuurlijk aanjager) en Marijke Andeweg (programmamanager) vormen samen met hun ondersteuning het programmateam. De activiteiten van de Coalitie Onderwijs-Zorg-Jeugd worden mogelijk gemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zie ook http://www.onderwijsjeugd.nl/.

Het rapport “Mét andere ogen” vindt u hier.
Het implementatieplan van de coalitie vindt u hier.

*De coalitie bestaat uit: VNG, PO-Raad, LECSO, Netwerk LPO, VO-Raad, SWV VO / NODS, Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN, Ouders en Onderwijs, Iederin, Sociaal Werk Nederland, Branche Kinderopvang (BMK en BK), Sectorraad Pro, GGD GHOR, MBO Raad, ActiZ, , Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. De ministeries van OCW en VWS zijn nauw betrokken, net als kennispartners NJi en NCJ. De AOb, CNV onderwijs, FNV en AVS zijn agendalid.