Ontwikkelrecht voor alle kinderen

03 april 2017

We investeren in een ontspannen samenleving en een mooie toekomst voor ons land. Door een ontwikkelrecht van 16 uur per week te introduceren voor kinderen totdat zij naar de basisschool gaan, stimuleren we de ontwikkeling van jonge kinderen én de arbeidsparticipatie van ouders. Extra opvang, bovenop het ontwikkelrecht van 16 uur kan door ouders zelf ingekocht worden.

Het is tevens van belang dat rijke dag arrangementen kunnen worden aangeboden. Om dat te bevorderen krijgt ieder kind op termijn het recht om een minimum aantal uren naar de BSO te gaan. Het advies van de Taskforce onderwijs en kinderopvang wordt gevolgd.

Om dit ontwikkelrecht zo betaalbaar en toegankelijk mogelijk te maken komt er onder regie van gemeenten een basisvoorziening die zo goed als mogelijk dient aan te sluiten op het basisonderwijs.
De mogelijkheden hiertoe worden versterkt door het (wettelijk) mogelijk te maken dat onderwijs- en kinderopvanginstellingen intensief samenwerken of in één organisatie kunnen opgaan. De inrichting van dergelijke voorzieningen is afhankelijk van lokaal maatwerk en de behoeften in buurt of dorp.

Voor het financiële beeld levert voorgaande een intensivering op van 400 miljoen euro structureel.



Brancheorganisatie Kinderopvang 


Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang 


PO-Raad


Sociaal Werk Nederland 


Vereniging Nederlandse Gemeenten


Toelichting vijfpartijen akkoord
namens Brancheorganisatie Kinderopvang, Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang, PO-Raad, Sociaal Werk Nederland en Vereniging Nederlandse Gemeenten

1.         Ontwikkelrecht voor álle kinderen van 16 uur per week

De kinderopvang, het welzijnswerk, het onderwijs en de gemeenten steunen het pleidooi van de SER voor een ontwikkelrecht voor alle kinderen omdat zij overtuigd zijn van de (noodzakelijke) bijdrage die dit levert aan de ontwikkeling van kinderen en de arbeidsparticipatie van ouders. Wij pleiten voor een inclusief systeem waar alle kinderen van 0 tot 4 jaar, ongeacht achtergrond of afkomst en ongeacht of ouders werken, in de gelegenheid moeten zijn om tenminste 16 uur per week aan deel te nemen. Deze basisvoorziening is altijd een geïntegreerde voorziening waar kansrijke en kansarme kinderen elkaar ontmoeten. Daar bovenop moeten ouders aanvullende uren kinderopvang kunnen afnemen bij de kinderopvangorganisaties, via de huidige kinderopvangtoeslagsystematiek, dat hen in staat stelt om werk en zorg te combineren, vinden de vijf betrokken organisaties.  De aanvullende uren moeten door dezelfde voorziening kunnen worden geboden, om te voorkomen dat er alsnog versnipperde voorzieningen ontstaan en dat kinderen op de dag of in een week van locatie moeten wisselen (basis vs. uitgebreid).

Dit pleidooi spitst zich toe op kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en voor- en vroegschoolse educatie (VVE). De wijze waarop gastouderopvang en overige vormen van opvang in een dergelijk systeem worden opgenomen is voor nadere uitwerking.

2.         Eén pedagogische en educatieve voorziening voor 0-12 jaar moet wettelijk mogelijk zijn
De kinderopvang, het welzijnswerk, het onderwijs en de gemeenten zijn het er over eens dat het wettelijk mogelijk gemaakt moet worden om als één pedagogische en educatieve voorziening voor kinderen van 0-12 jaar te kunnen functioneren. Dit moet georganiseerd kunnen worden vanuit 1 organisatie, 1 leiding en met 1 team van pedagogen en didactici. In zo’n voorziening zijn alle huidige versnipperde kindvoorzieningen geïntegreerd, met daarbinnen extra aandacht voor leerlingen met een achterstand. Voor een effectieve inzet van middelen is het van belang dat financiële regelingen op elkaar afgestemd zijn, zodat er binnen de voorziening vanuit één financieel kader geopereerd kan worden. Eén voorziening (rechtspersoon) of een integrale voorziening (onderwijs, opvang, welzijn, etc.), allebei moet mogelijk zijn. Of en hoe deze ene voorziening wordt ingericht wordt afgestemd op de vraag van de ouders en de omstandigheden in de wijk/ buurt van de voorziening en is dus onderhevig aan diversiteit en maatwerk op lokaal niveau.

3.         Gemeentelijke regierol: toegankelijkheid, keuzevrijheid, afspiegeling van de wijk
Voor alle type voorzieningen voor kinderen van 0-12 jaar geldt dat deze betaalbaar toegankelijk moeten zijn voor alle ouders, dat lokaal keuzevrijheid geboden wordt aan ouders en de kinderen en die voorziening zoveel mogelijk een afspiegeling van de wijk vormt. Hierin speelt gemeentelijk beleid ook een belangrijke rol. De kinderopvang, het welzijnswerk, het onderwijs en de gemeenten zijn het er over eens dat gemeenten hierin een regierol hebben, met als belangrijkste doel het beleid ten aanzien van voorzieningen voor jeugd af te stemmen op het jeugdzorg- en welzijnsbeleid en het voorkomen van segregatie. Gemeenten hebben daarmee de regie op geïntegreerde kindvoorzieningen in hun wijken, maar wel zijn landelijke kaders nodig op het gebied van toetredingseisen, doelmatigheidstoetsing en het kwaliteitskader van voorzieningen om daar richting aan te geven. 

4.         Inhoud van het aanbod
In de integrale voorziening voor kinderen van 0-12 jaar staat de brede ontwikkeling van kinderen centraal. Dit betekent dat er geen onderscheid is tussen leren, spelen en ontwikkelen en ook formeel en informeel leren lopen in elkaar over. Een divers samengestelde team van professionals (zowel MBO als HBO, pedagogen en didactici) in zo’n voorziening heeft gezamenlijk regie over de integrale ontwikkeling van de kinderen en zijn daarover in nauw contact met de ouders.  Erkenning voor een ieders expertise en de benodigde inzet daarvan om tot een optimaal aanbod voor kinderen te komen is daarin wezenlijk, evenals de ruimte voor gepersonaliseerde ontwikkellijnen van kinderen. Hiervoor is nodig dat curriculuminhouden en ontwikkeldoelen 0-6 i.s.m. de sectoren worden geformuleerd. Een curriculum gebaseerd op wetenschappelijke kennis en dat systeem overstijgend is.