VNG monitort doelstellingen extra geld voor peuters

23 januari 2017

VNG monitort doelstellingen extra geld voor peuters

In 2016 heeft het Rijk extra structurele middelen beschikbaar gesteld met als doel alle peuters een plek in de voorschoolse voorzieningen te bieden. De gemeenten hebben een ‘stimuleringsopdracht’ om dit te realiseren. De doelstelling is dat in 2019 het aantal peuters dat geen gebruikmaakt van opvang, gehalveerd is en dat in 2021 alle peuters gebruikmaken van een voorschoolse voorziening c.q. een aanbod hebben gekregen voor gebruik van een kinderopvangplek.


Monitoring gemeenten
Tussen Rijk en VNG is afgesproken dat de VNG iedere twee jaar een monitor uitvoert bij alle gemeenten. Het doel van de monitor is om inzicht te krijgen in het aantal peuters dat de afgelopen twee jaar naar een voorschoolse voorziening is gegaan. De monitor brengt ook de inspanningen in beeld die gemeenten hebben geleverd om een aanbod te doen aan ouders met peuters die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en die geen gebruik maken van een voorschoolse voorziening. Gemeenten die een groep peuters niet hebben bereikt, moeten onderbouwen waarom deze peuters (nog) geen gebruik maken van opvang en wat zij hebben gedaan om deze groep beter te bereiken. In 2017 start een eerste meting. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoeksbureau. 

Bestuursakkoord
In 2016 hebben Rijk en VNG bestuurlijke afspraken gemaakt over het bereiken van alle peuters. Het Rijk stelt hiervoor aan gemeenten een budget beschikbaar dat oploopt tot structureel € 60 miljoen per jaar. Dit geld is specifiek bedoeld voor peuters zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag en zonder doelgroep-indicatie. Vanaf 2016 neemt het binnen de gemeente hiervoor beschikbare budget jaarlijks met € 10 miljoen toe tot aan € 60 miljoen in 2021. Dit oplopende bedrag wordt vanaf 2016 stapsgewijs structureel aan het gemeentefonds toegevoegd.

Het bestuursakkoord vind je hier.