Inspirerende ALV Conferentie

07 oktober 2016

Inspirerende ALV Conferentie

Hoe vaak krijg je de kans om te vergaderen in een negentiende eeuws kerkje, waar de engelen in de gewelven boven je hoofd dansen in een blauw geschilderde hemel? De locatie ‘Op Hodenpijl’ die de voorzitter van Brancheorganisatie Kinderopvang, Felix Rottenberg, uitgekozen had voor de algemene ledenvergadering, was paradijselijk. Daarover waren de  155 aanwezige leden het afgelopen woensdag alvast eens, tijdens de lunch in de serre naast de kerk. Die bood een rustgevend uitzicht op de weilanden van Schipluiden, waarin paarden en koeien op hun dooie akkertje graasden.

Het was merkbaar dat iedereen goede verwachtingen had van de dag. Een zinvol programma en een goede gastspreker,  Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER. Er stonden voor het bestuur van de brancheorganisatie onderwerpen op het programma, waar de ervaring en opvattingen van de leden vanzelfsprekend zeer belangrijk waren. Wil het bestuur zijn (lobby)werk goed kunnen doen, dan moet het precies weten wat de leden willen en wat zij van de brancheorganisatie verwachten. De belangrijkste vraag voor deze ALV conferentie was hoe kinderopvanginstellingen en basisscholen het beste met elkaar kunnen samenwerken en hoe ver de integratie tussen die twee moet gaan.
Daarvoor had de brancheorganisatie in de nazomer een enquête gehouden onder de leden om hun ervaringen en opvattingen te verzamelen. De brancheorganisatie wil namelijk een koers bepalen voor de leden over onder andere deze wezenlijke onderwerpen.
Wat woensdag tijdens de ledenvergadering opviel, was de constructieve manier en de positieve sfeer waarin de leden naar een gemeenschappelijke koers zochten. Wat daarbij hielp, waren de uitkomsten van de twee onderzoeken die econoom Ed Buitenhek, die al jarenlang onderzoek doet in de sector, de afgelopen maanden deed, in opdracht van het bestuur. Zijn bureau analyseerde de uitkomsten van de enquête die onder leden was gehouden om hun visie en wensen te peilen over thema’s zoals de samenwerking met basisscholen. Het was een vraag of er een scheidslijn loopt tussen hoe not for profit leden en profit leden hierover denken, en daarom bracht hij ook deze twee type organisaties uitvoerig in kaart, vertelde Ed Buitenhek tijdens zijn presentatie aan het begin van de ledenvergadering. ‘Mijn opdracht was om de feitelijke verschillen én overeenkomsten tussen die twee vast te stellen.’ 
Zijn eindconclusie: de verschillen tussen profit en not for profit aanbieders van buitenschoolse-, kinderdag- en gastouderopvang, en van peuterspeelzalen en voorschools onderwijs (VVE), zijn veel kleiner dan gedacht. Zo blijkt uit Buitenheks onderzoek dat de kwaliteit van de opvang die deze partijen aanbieden, elkaar weinig ontloopt. ‘Profitpartijen, die onder de noemer van een maatschap, commanditaire vennootschap of VOF opereren, scoren wel iets minder goed op risico-inventarisatie en op preventieve maatregelen, zoals betere ventilatie en toepassing van het vierogenprincipe,’ zei Buitenhek. Maar dat is volgens hem niet het gevolg van de gekozen rechtsvorm, maar vooral van de gemiddelde omvang van private aanbieders. ‘Het grootste verschil tussen private en publieke aanbieders zit ‘m in die schaalgrootte. Profitpartijen zijn vaak klein en zitten gemiddeld op twee locaties. Publieke aanbieders, die onder een stichting of vereniging vallen, zijn juist vaak groot. Zij exploiteren gemiddeld zes locaties.’ Dat verklaart ook waarom de ‘not for profits’ het grootste marktaandeel hebben (55%) terwijl er veel meer profit partijen bestaan.
Ook in de tarieven die gevraagd worden, zit weinig verschil, blijkt uit Buitenheks onderzoek naar 118 vergelijkbare kinderopvanglocaties. En wat betreft de winst: de afgelopen jaren draaiden bijna alle partijen verlies.
Estro, die grote, op winst gerichte partij in handen van private equity die failliet ging, heeft het beeld van velen bepaald over private partijen in de kinderopvang, volgens Buitenhek. ‘Maar de feiten stroken niet met dat beeld.’  
Voor bestuurslid van de brancheorganisatie Esther Zijl, tevens bestuurder van een not for profit organisatie in Castricum, versterkten de gepresenteerde feiten haar beeld. ‘Ik heb nooit zo geloofd in zwartwit tegenstellingen en in de gedachte dat commerciële partijen vooral financieel gemotiveerd zouden zijn. Ouders kunnen vaak helemaal niet zien of ze in een profit of not for profit kinderopvang zijn.’
Het verschil in grootte tussen profit en not for profit aanbieders verklaart volgens Buitenhek ook voor een groot deel hun twistpunten. ‘Neem de directe financiering waarover de Tweede Kamer een besluit moet nemen. Vooral de kleintjes hebben hier problemen mee, omdat dit leidt tot hogere beheers- en  automatiseringskosten. En die voelen zij nu eenmaal harder dan een grote partij.’ Hetzelfde geldt voor het IKC: daar staan kleine aanbieders veel vaker negatief tegenover dan grote, aldus econoom Buitenhek.
Tijdens de vergadering nuanceert een aantal leden dit beeld over het IKC en intensieve samenwerking met basisscholen. Hoe zij daar tegenover staan, wordt door meerdere factoren bepaald, benadrukken zij. Zoals de locatie van de kinderopvang (zit je op het dunbevolkte platteland of in een grote stad), het aantal ouders dat tot aan de basisschool gebruik maakt van kinderopvang, en het aantal leerlingen dat op nabij gelegen basisscholen staat ingeschreven. ‘Als dat er minder dan honderd zijn, gaat een IKC echt niet lukken,’ zegt een lid uit Gelderland. Een ander lid benadrukt dat er eerst een gelijk speelveld moet komen voor scholen en kinderopvangaanbieders. ‘Nu is het wettelijk zo geregeld dat een basisschool wél een kinderopvangvoorziening kan oprichten, maar wij andersom niet een school. Zo lang dat zo is, zijn we geen gelijkwaardige partners.’
En zo zijn er meer obstakels.

Presentatie Ed Buitenhek

Na de presentatie van Ed Buitenhek, discussiëren de leden in de sinds juni ingestelde not for profit Kamer, profit Kamer en gastouder Kamer. Zij wisselen ervaringen en knelpunten met elkaar uit. Dit levert een lijst op van urgenties en aandachtspunten voor het bestuur van de brancheorganisatie.
‘Het is belangrijk dat we onderzoek doen naar wat de ouders willen,’ stelt Nicole Krabbenborg, algemeen directeur van Kindergarden, in de profit Kamer. In diezelfde Kamer wil men weten ‘of de buitenschoolse opvang op dezelfde plek moet zitten als de basisschool, of dat die van de ouders ook erbuiten mag liggen.’
Een lid achterin de kerk ‘Op Hodenpijl’ attendeert het bestuur op een andere heikele kwestie die lobbywerk behoeft. ‘Op grond van de huidige wet WPO kan het zomaar gebeuren dat je eerst geld stopt – wat ik heb gedaan - in het verbouwen van de ruimte die je huurt op een basisschool, en je er daarna voortijdig wordt uitgegooid als die school groeit en de ruimte zelf zegt nodig te hebben.’
Bij de presentatie, waarin de drie groepen één voor één hun voornaamste punten samenvatten, valt op dat de leden unaniem willen dat het bestuur één lobby voor allen voert. Van onderscheid tussen profit en not for profit organisaties en tussen gastouderaanbieders en anderen, willen zij niets weten. ‘Zijn wij anders? Ja,’ zegt Sebastiaan Dekkers, die in de gastouderopvang zit. ‘Maar uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde doel: dat we kinderen helpen om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. En daarbij komt, als we aansluiting zoeken met scholen, lopen we tegen dezelfde problemen op.’
Daarmee lijkt Dekkers de communis opinio van de aanwezige leden te verwoorden. ‘We moeten met één mond spreken, dan staan we als brancheorganisatie sterker,’ vindt ook Esther Woltering, die in Ruurloo in werkt. ‘Voor mijn part gaan we zelfs weer fuseren met de Brancheorganisatie Maatschappelijke Kinderopvang.’

De boodschap van Mariëtte Hamer 

De voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER) voerde woensdag een uur lang een dialoog met de leden. Zes belangrijke inzichten en tips van Hamer:
1. Kinderopvang moet net zo logisch worden als onderwijs, en de ontwikkeling van kinderen net zo vanzelfsprekend als eten en drinken.
2. Hou op met die discussie over profit versus non-profit en concentreer je op de kwaliteit van de opvang.
3. Laat het bestuur vóór de verkiezingen in Den Haag er voor lobbyen dat ook gastouders voorschools onderwijs mogen geven aan kinderen met een taalachterstand (VVE), mits zij een samenwerkingsverband hebben met een kinderopvangorganisatie.
4. Idem dito: voer nu een lobby dat ouders die niet werken ook recht moeten krijgen op de kindertoeslag, zodat er meer kinderen naar de kinderopvang gaan.
5. Zorg ervoor dat een nieuw kabinet met meer nadruk de gemeenten verantwoordelijk maakt voor de samenwerking tussen school en kinderopvang.
6. Zoek als aanbieder van kinderopvang zelf contact met wethouders en andere sleutelfiguren bij de gemeente, zodat je zichtbaar wordt en niet weggespeeld wordt door scholen, als je gaat samenwerken.





Foto impressie






Meer foto's volgen later