Kinderopvang | 03 juni 2021

Kinderopvang

Toen de pandemie nog vers was en de scholen sloten, begon ik vol goede moed met het geven van thuisonderwijs. Mijn kleuterzoon van vier ging net sinds een paar weken naar school, en ik zat tóch thuis: mijn theatertour was net afgelopen en er zat een baby in mijn buik. Het was even schakelen tussen de voorgenomen rust waarop ik had gerekend en de praktijk van een thuiszittende kleuter, maar het werd een bijzondere en gezellige tijd. We maakten tenten, deden schoolwerkjes, bij internetwinkels bestelden we enorme bergen puzzels, knutselspullen en buitenspeelgoed en dan was het nog lente ook. Wij hadden een fantastische pandemie.

De tweede lockdown was anders. We waren moe van de beperkingen die maar bleven duren, het was winter, de baby was geboren, ik was weer zo'n beetje aan het werk en mijn zoon miste school. Steeds vaker maakten we we een pyjamadag van, steeds vaker probeerde ik te werken met op de achtergrond de soundtrack van 'Mama mag ik op de Ipad? Mag ik op de Ipad mama? Mama, mag ik op de Ipad? Mag ik op de Ipad? Mama mag ik op de Ipad? Mag ik op de Ipad mama? Mag ik op de Ipad? Mama mag ik op de Ipad? Mama kom eens kijken hoe gek haar ik heb in Roblox. Ik heb echt gek haar mama, in Roblox. Kom eens kijken mama hoe gek haar. Mama kom eens kijken. Ik heb echt gek haar in Roblox mama. Mama kom eens kijken hoe gek haar ik heb in Roblox. Mama, ik heb echt gek haar in Roblox, kom eens kijken'

Af en toe kreeg ik een dag de geest, schoof ik mijn werk aan de kant en maakten we samen schoolwerkjes, met zelfgebakken koekjes in een zelfgebouwde tent. Maar meestal kreeg ik de geest niet. De kamer veranderde in een landschap van speelgoed en schoolwerk, met hier en daar een verdwaald werkattribuut van mij: een pen, een schrijfblok, een woordenboek: tragische souvenirs van mijn eigen naieve idee van hoe veel werk er verzet kan worden met twee kinderen om voor te zorgen.

Maar nu. Maanden nadat de scholen weer open zijn gegaan ontdek ik dat er achter mijn rug om mensen bezig zijn geweest met het ontlasten van ouders. Dat er, zonder dat ik het wist, kinderdagverblijven waren die zeiden: kom maar, je hebt heus wel een cruciaal beroep, breng ze maar dan kan jij even lekker werken, of gewoon rustig even zónder de kinderen krijsend met je hoofd tegen de muur bonken.
Die ervoor zorgden dat kinderen met hun medekinderen konden spelen. Met grote mensen die niet aan het eind van hun latijn waren, of in elk geval ergens hadden geleerd hoe ze op pedagogisch verantwoorde wijze konden verbergen dat ze aan het eind van hun latijn waren.
Niemand die het me vertelde. Niemand!

En toen er op de eerste dag dat de scholen weer open gingen een pak sneeuw viel, en veel leraren zeiden: ik kan niet door de sneeuw naar school, op wie konden de ouders en kinderen toen rekenen?
Dat waren de kinderdagverblijven en BSO's. Medewerkers trotseerden plichtsgetrouw de sneeuw en gingen naar hun werk, lópend als het moest, bij temperaturen van min twintig, soms op blote voeten, de pinguins van zich afslaand, ki-lo-me-ters en ki-lo-me-ters ver, de ijspegels tinkelend aan hun mondkapjes, velen van hen op een schamel koolhydraatarm ontbijtje van granola en een glas lauwwarm water met citroensap. En dat deden ze om bij de kinderen te komen. Bibberend van buiten maar met een warm hart. En ik wist van niks! Niemand die het me vertelde.

Mijn zoon hoorde vorige week voor het eerst van het bestaan van de BSO. Hij geloofde me eerst niet.
“Is dat dan met allemaal andere kinderen?”
“Ja.”
“Echt? En alleen maar spelen en leuke dingen doen?”
“Ja, met alleen maar spelen en leuke dingen doen.”

Hij wil er dolgraag heen. We wonen op twee minuten lopen van school, er is hier altijd iemand thuis, maar ik schrijf hem in. Zo snel mogelijk. Want je weet nooit hoe lang deze pandemie nog duurt. Of welke pandemieen er nog komen.
En laten we dan het volgende afspreken: wanneer die scholen nog een keer sluiten, het kan zomaar, je weet het niet, dan heb ik echt een ontiegelijk cruciaal beroep. ONTIEGELIJK cruciaal. Zo cruciaal dat mijn zoon minstens één keer per week mag komen spelen, maar eigenlijk twee. Of drie.

Al is het nooit zo'n cruciaal beroep als al die mensen die bij de kinderopvang werken. Ze hebben ouders behoed voor het gesticht of ontslag, huwelijken gered en de coronacrisis voor kinderen ietsje minder erg gemaakt. Heel de lockdown lang, en daarna.

Katinka Polderman

Bekijk hieronder het fragment terug. Opgenomen tijdens de ALV van 3 juni 2021.