Extra geld voor inlopen vertragingen en achterstanden – Nationaal Programma Onderwijs

19 februari 2021

Extra geld voor inlopen vertragingen en achterstanden – Nationaal Programma Onderwijs

In een Kamerbrief van 17 februari hebben ministers Slob en Van Engelshoven de Kamer geïnformeerd over het “Nationaal programma Onderwijs”. Met een totaalbedrag van 8,5 miljard is een programma gemaakt waarmee achterstanden en vertragingen die kinderen en jongeren hebben opgelopen kunnen worden ingehaald en gecompenseerd. De maatregelen zijn gericht op herstel én ontwikkeling van het onderwijs en het ondersteunen van leerlingen en studenten in het onderwijs die het moeilijk hebben. De maatregelen starten op korte termijn (vanaf nu en tot en met de zomervakantie van 2021) en lopen door tot en met 2023.

BK heeft zeer recent gereageerd op het eerste concept van het Nationaal programma Onderwijs en een aantal aanbevelingen gedaan. In die reactie hebben wij onze waardering uitgesproken voor de snelheid waarmee het programma tot stand kwam. Ook hebben we laten weten het bijzonder positief te vinden dat onderkend wordt dat de coronacrisis niet alleen vertragingen in de cognitieve ontwikkeling, maar ook in de sociaal-emotionele en executieve ontwikkeling met zich mee heeft genomen met gevolgen voor het sociaal welbevinden van kinderen (en gezinnen).  Hiermee wordt onderkend dat “achterstand” of “vertraging” breed moet worden beschouwd en niet alleen in termen van leer- of onderwijsachterstand.

Wij hebben aangegeven hierin een rol te zien voor de Kinderopvang en Voorschoolse Educatie (VE). Het primair onderwijs zou daarmee ook kunnen worden ontlast.

In het nu definitieve programma ligt nog steeds de focus van de concrete maatregelen zwaar op het onderwijs en de school.  De school heeft de regie in de te kiezen maatregelen. Ondanks alle ondersteuning in geld en kennis betekent dit een enorme verzwaring voor het onderwijs.

De aanpak binnen het onderwijs moet starten met een goede analyse van de situatie waarin elk kind zich bevindt. Die analyse zou uitgebreid moeten worden met die van de situatie waarin  kinderen 0-4 én de gezinnen van kinderen 0-12 jaar zich bevinden. Op die manier kan er zicht komen op de kinderen die nu in het basisonderwijs instromen. De vertragingen en achterstanden zijn immers ook opgelopen bij kinderen jonger dan vier jaar.

Voor de VE kinderen wordt het inhaal- en ondersteuningsprogramma VE verlengd, zodat de kinderen de opgelopen vertragingen gedurende de vakanties (vanaf de zomervakantie) in 2021 kunnen inlopen.

Ook gemeenten wordt een belangrijke rol toebedeeld in de aanpak, met name waar het gaat om het sociaal welbevinden van jeugd en jongeren. Gemeenten krijgen extra geld om in samenwerking met scholen, kinderopvang, (jeugd gezondheids-)zorg, bibliotheken en andere partijen activiteiten aan te bieden om de vaardigheden van leerlingen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak aanvullend te stimuleren.

Scholen en gemeenten mogen keuzes maken in bewezen effectieve interventies.  Er zal ook  onderzoek gedaan worden naar effectieve interventies om vertragingen bij de jongste kinderen aan te pakken, zodat kinderen een goede start kunnen maken op de basisschool. Daarnaast zal er in het ”keuzemenu effectieve interventies” aandacht zijn voor de overgang van kinderopvang/ve naar de basisschool en hoe de grotere achterstanden in groep 1 opgevangen kunnen worden.

Wij hebben de suggestie gedaan VE expertise in te zetten in de vroegschoolse periode, door een soort verlengde VE in groep 1 te realiseren.

Wij zien kansen in de samenwerking met en inzet van de kinderopvang.  De inzet van BSO in combinatie met naschoolse activiteiten zou het onderwijs kunnen ontlasten én verrijken. De GOAB middelen kunnen ingezet worden op deze extra interventies - gericht op brede ontwikkeling en niet alleen op ‘leerachterstanden’. Wij bepleiten een shift naar een wijkgerichte aanpak met school, de kinderopvang, gastouderopvang en BSO als sleutelspelers in het netwerk rondom gezinnen in de wijk.

Wij zijn van mening dat de verbreding van de focus meegenomen moet worden in de uitvoering van het Nationaal Programma voor herstel en ontwikkeling. Kinderen ontwikkelen zich niet alleen in het onderwijs. Inzet op het beperken en wegwerken van negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen door de coronacrisis, zou dan ook op meer dan het onderwijs alleen gericht moeten zijn, maar op een breed scala van interventies.

Zo gauw duidelijk is hoe dit nationaal programma uitgerold wordt, zullen wij bekijken of we daarin een actieve rol kunnen nemen.

Lees hier de gehele Kamerbrief.
Lees hier het Nationaal Programma Onderwijs.

Gerelateerde dossiers Coronavirus