Kamerbrief Koolmees: Uitbetaling compensatie ouders zonder KOT na 1 mei 2021

11 februari 2021

Kamerbrief Koolmees: Uitbetaling compensatie ouders zonder KOT na 1 mei 2021

Op 10 februari heeft Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een brief over de tegemoetkoming van de eigen bijdrage door ouders voor tweede sluitingsperiode naar de Kamer gestuurd. Belangrijkste nieuws is dat ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag waarschijnlijk vanaf 1 mei de compensatie kunnen aanvragen voor zowel de eerste als de tweede sluitingsperiode. Uitbetaling vindt plaats na 8 weken. Prioriteit in de uitbetaling van compensatie wordt gegeven aan de ruim een half miljoen ouders mét kinderopvangtoeslag omdat zo de continuïteit van de kinderopvangsector wordt gewaarborgd.

Samenvatting van de inhoud

Tussen 16 december 2020 en 8 februari was de reguliere kinderopvang opnieuw gesloten, de BSO blijft gesloten.  De minister complimenteert de branche met het harde werken tijdens de beide lockdowns met extra maatregelen en de noodopvang: “Alle medewerkers in de kinderopvangsector verdienen hiervoor grote waardering.”

Noodopvang
De minister gaat in de Kamerbrief in op de ervaringen binnen de noopvang door de kinderopvang, waar tijdens de  lockdown meer gebruik van is gemaakt dan tijden de eerste lockdown.

Tegemoetkoming voor alle ouders, ook voor tweede sluitingsperiode
Vervolgens informeer de minister de Kamer over de tegemoetkomingsregeling voor ouders die tijdens de lockdown de facturen van de kinderopvang hebben doorbetaald. Net zoals over de sluitingsperiode van vorig jaar, zullen ouders ook voor de periode vanaf 16 december 2020 van de overheid een tegemoetkoming ontvangen voor de eigen bijdrage die zij hebben doorbetaald.

Voor de kinderdagopvang en gastouderopvang loopt deze tegemoetkoming tot 8 februari 2021, voor de buitenschoolse opvang loopt de tegemoetkoming door tot het einde van de sluiting. De einddatum hiervan is op dit moment nog niet bekend.

Het gaat om hierbij drie groepen ouders: (1) ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen, (2) ouders die een overheidsbijdrage ontvangen op basis van gemeentelijke regelingen en (3) ouders zonder overheidsbijdrage in de kosten voor kinderopvang.

1. Ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen
In de tegemoetkomingsregeling voor de tweede sluitingsperiode wordt een herzieningsmoment ingebouwd, net als in de eerste periode, voor ouders die hun kind pas na de peildatum hebben aangemeld voor kinderopvangtoeslag, terwijl er voor dit kind gedurende de sluitingsperiode wel al lopend een contract was met de kinderopvangorganisatie.

Ook worden wijzigingen in de gegevens, zoals een inkomensdaling of een stijging in urengebruik, wel meegenomen in de hoogte van de kinderopvangtoeslag. Wanneer dit later in het jaar door ouders voor de voorafgaande maanden wordt aangepast, leidt dit dus ook tot een correctie in de kinderopvangtoeslag over die periode.

De tegemoetkoming is een benadering van de eigen bijdrage voor de reguliere contracturen en geldt dus niet voor eventuele extra uren noodopvang. Het is de bedoeling dat kinderopvangorganisaties deze uren niet in rekening brengen bij ouders.

Het hoopt kabinet medio maart de tegemoetkomingsregeling gereed te hebben. De uitvoering zal opnieuw plaatsvinden door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en Toeslagen. De uitbetaling aan ouders voor de tweede sluitingsperiode is gepland medio april maar is nog afhankelijk van hoe snel de buitenschoolse opvang weer opent en van een eventuele nieuwe sluiting.

2. Ouders met een gemeentelijke regeling
Ook voor deze ouders wordt de werkwijze van vorig voorjaar herhaald. Gemeenten worden opnieuw gevraagd om ouders die de eigen bijdrage voor kinderopvang hebben doorbetaald, tegemoet te komen. Het gaat om ouders die hun kinderen gebruik laten maken van het gemeentelijke aanbod van voorschoolse educatie (VE), het kortdurend peuteraanbod, of op basis van een sociaal medische indicatie (SMI).

3. Ouders zonder kinderopvangtoeslag
Ook deze ouders zullen een tegemoetkoming krijgen voor het doorbetalen van de kinderopvangfacturen. Ouders moeten de tegemoetkoming zelf aanvragen; dit kan vanaf 1 mei, onder andere door de betaalde kinderopvangfacturen aan te leveren. Dit is nodig omdat de overheid niet over gegevens van het kinderopvanggebruik van deze ouders beschikt.

In december 2020 werd bekend dat  de SVB de tegemoetkoming  zal uitkeren. De tegemoetkoming voor beide periodes wordt gelijktijdig uitgevoerd. Het aanvraagloket hiervoor zal waarschijnlijk per 1 mei 2021 zal openen. De SVB zal uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag beslissen over de tegemoetkoming en daarna uitbetalen.

Dit betekent dat deze ouders nog langer moeten wachten. De reden dat hiervoor is gekozen, is omdat prioriteit wordt gegeven aan de tegemoetkoming aan de circa 570.000 ouders mét kinderopvangtoeslag over de tweede sluitingsperiode. ‘Op deze wijze wordt de continuïteit van de kinderopvangsector en de mogelijkheid om noodopvang te bieden het meest gewaarborgd’, schrijft de minister.