De feiten deel III: Geschiedenis private equity en groei capaciteit

29 april 2019

De feiten deel III: Geschiedenis private equity en groei capaciteit

De Brancheorganisatie Kinderopvang hecht aan feiten als het gaat om de sector. Daarom schetsen wij deze weken in een berichtenreeks een feitelijk beeld van de sector. De derde in deze feitenreeks gaat in op de geschiedenis van privaat vermogen in de kinderopvang en de ontwikkeling van de opvangcapaciteit in Nederland.

Geschiedenis privaat vermogen
De introductie van private equityfondsen in de kinderopvang viel samen met het aflopen van de Regeling uitbreiding Kinderopvang en Buitenschoolse Opvang 1996-2003. In die periode verschafte de Rijksoverheid nog – via gemeenten – kapitaal voor investeringen in de uitbreiding van het kinderopvangaanbod via subsidieregelingen. In die periode werd het aanbod (KDV & BSO) uitgebreid met 113.000 kindplaatsen.

Het eerste private investeringsfonds dat zich manifesteerde in de kinderopvang  verwierf in 2001 de aandelen van het toenmalige Catalpa (rechtsvoorganger van het huidige KidsFoundation). In 2006 volgde een volgende investeringsfonds met het verwerven van de aandelen van SKON Kinderopvang, de rechtsvoorganger van Partou.

Internationale opvangorganisaties, maar geen private equity
In 2011 nam internationale kinderopvangketen Bright Horizons Family Solutions een belang in het Nederlandse Kindergarden. Bright Horizons is een beursgenoteerde, Amerikaanse kinderopvangorganisatie en geen private equityfonds. In 2014 nam de Scandinavische kinderopvangketen Norlandia het Nederlandse Kindex over. Norlandia is van oorsprong een Noors bedrijf en exploiteert kinderopvang, jeugdzorg en ouderenzorg in Noorwegen, Zweden, Finland, Duitsland, Polen en Nederland. De meerderheid van de aandelen in het bedrijf is in handen van de oprichters zelf.

Ontwikkeling opvangcapaciteit Nederland
Zoals we eerder zagen, leidde de Regeling van de Rijksoverheid ter uitbreiding van de opvangcapaciteit tot een stijging van het aantal kindplaatsen met 113.000 tussen 1996 en 2003. De totale capaciteit kwam daarmee in 2004, vlak voor de introductie van de Wet Kinderopvang, op 340.000 kindplaatsen. In deze periode investeerde het Rijk bijna €600 miljoen om de uitbreiding te financieren, dat kwam neer op €5.300 per extra gerealiseerde kindplaats.

Na 2003 moest de kinderopvang zelf op zoek naar financieringsbronnen, bijvoorbeeld door leningen bij de bank, reserves, eigen vermogen of investeringsfondsen. In de periode 2004-2018 heeft dat geleid tot een capaciteitsuitbreiding die in totaal 385.000 kindplaatsen bedraagt. Die capaciteitsuitbreiding is volledig gefinancierd door kinderopvangaanbieders met ondersteuning van kapitaalverschaffers zoals private equityfondsen, maar ook private investeringen van nieuwe kinderopvangaanbieders.

Gerelateerde dossiers Ondernemerschap