Kansen | 26 november 2018

Kansen

In ons polderlandschap houden we rekening met meerdere belangen en zoeken we naar de gulden middenweg. Helaas leidt dat nogal eens tot een grijs (mis-)baksel, een beetje van dit en een beetje van dat. Vaak ook komen ‘we’ er dan niet uit, zoals onlangs bleek in de discussie over het pensioenstelsel.

Er loopt al een lang bestaand debat over het nut van investeren in jonge kinderen. Het lijkt zich toe te spitsen op de vraag of dit een kwestie is van (ontwikkel-)rechten van het kind óf van economische return-on-investment. Dit thema is evenwel géén kwestie van of/of, maar van en/en!

Internationaal vooraanstaande wetenschappers hielden presentaties op het buitenlandcongres van de BKK in Berlijn (Creating opportunities). Ze wisten haarfijn uit de doeken te doen waarom het investeren in jonge kinderen in ieder land topprioriteit nummer 1 zou moeten zijn. Lange-termijnstudies, over generaties lang, uit vele ontwikkelingslanden én westerse landen leiden allemaal tot één ondubbelzinnige conclusie: investeringen in jonge kinderen en hun gezinnen leiden tot significante verbeteringen in de sociaal-economische status van het kind én tot economische groei van het land. Het maakt in principe niet uit of je de ontwikkeling van kinderen faciliteert via een publiek of privaat systeem, via welzijnsprogramma’s, educatieprogramma’s, culturele programma’s of economische programma’s. Investeringsprogramma’s sorteren linksom of rechtsom effect. Onder één voorwaarde: verreweg het meeste effect wordt bereikt door te investeren in jonge kinderen, in de vóórschoolse periode. En waar kan dat niet beter tot zijn recht komen als in de kinderopvang.

Kansen voor economische groei via jonge kinderen en jonge gezinnen! Maar ja, dat vergt tijd. Een langeretermijnbeleid. Dit evidente feit verdraagt zich moeilijk met korte-termijn-programma’s en snel politiek gewin.

Wijze wetenschappelijke lessen. Die adresseer ik niet alleen aan politici, aan economen en aan pedagogen, maar ook aan onszelf.

Ik vond het een verademing om 2 dagen lang met vele Nederlandse stakeholders bijeen te zijn. Het was heel goed om ver-weg-van-het-dagelijkse-gedoe weer eens écht met de inhoud bezig te zijn. Het deed ons beseffen dat al die kwesties over regelgeving (IKK!), bedrijfsvoering (tarieven!), en vormkwesties (IKC’s!) onze kerntaak, namelijk  investeren in de ontwikkeling van jonge kinderen, overschaduwen.

Ik heb het congres ervaren als een appèl op onszelf om minder bezig te zijn met de how-vraag, maar veel meer met de why. Kansen te over. Ook voor de BK en de BKK. Laten we die pakken, door het inhoudelijke debat (weer) op nummer 1 te zetten.

Eddy Brunekreeft
Vice-voorzitter Brancheorganisatie Kinderopvang
Bestuurslid Bureau Kwaliteit Kinderopvang