Tijd voor een echt antwoord | 28 augustus 2018

Tijd voor een echt antwoord

“Let op: er heerst krentenbaard” lees ik op een A4-tje bij de deur van de BSO waar ik mijn kinderen ophaal. Krentenbaard is een van de vele infectieziekten die op de opvang kunnen voorkomen. Vervelend, maar relatief onschuldig. Hoe anders zou het zijn als er op dat A4-tje had gestaan: “Let op: er heerst mazelen”. Gelukkig is dat bericht (nog) geen werkelijkheid. Maar voor hoelang?

Het maatschappelijk debat over het vaccineren van kinderen laait weer op als reactie op het jaarverslag van het RIVM dat zo rond de zomer jaarlijks wordt gepubliceerd. Dit jaar liet het jaarverslag zien dat er wederom geen opvallende uitbraken zijn van ziekten waartegen het Rijksvaccinatieprogramma inent. Maar dit jaar liet het jaarverslag ook weer zien dat de vaccinatiegraad wederom is gedaald. Juist dit laatste aspect zorgt voor onrust in de maatschappij in het algemeen en bij ouders van jonge kinderen in het bijzonder. Omdat onze sector het meest met deze jonge kinderen te maken heeft concentreert het debat zich al snel op de kinderopvang. Alsof kinderen alleen op deze plaats besmet kunnen worden.

Of het nu terecht of onterecht is dat het debat zich toespitst op de kinderopvang, feit blijft dat wij dagelijks werken met een kwetsbare doelgroep en dat de dalende vaccinatiegraad voor onrust bij onze klanten zorgt. Onze ouders vragen van ons een antwoord op dit probleem, maar wij hebben niet de mogelijkheden om dit antwoord te geven. Natuurlijk kunnen we vragen of een kind wel of niet deelneemt aan het Rijksvaccinatieprogramma, maar we kunnen de betrouwbaarheid van het antwoord niet controleren. En sinds de AVG is ook de registratie van deze gegevens (zonder daar een wettelijke grondslag voor te hebben) of communicatie daarover naar derden (andere ouders) ook een issue.

De dalende vaccinatiegraad vraagt om een antwoord van de overheid. Een echt antwoord. De mogelijkheid om kinderen die niet gevaccineerd zijn te weigeren is, in mijn ogen, geen afdoende antwoord. Er wordt dan weliswaar een politiek statement gemaakt, maar de uitvoerbaarheid is te beperkt. Want wat te doen met de baby die nog niet volledig is ingeënt? Moet het kinderdagverblijf dit kind wel toelaten en vervolgens monitoren of de aanvullende prikken ook gehaald worden? In het belang van kinderen zou de sector niet met deze administratie belast moeten worden. In Trouw deed ik de volgende suggestie:

“(…)maar om het registratiesysteem up-to-date te houden, zouden onze werknemers constant bij de ouders moeten peilen of hun kind de derde of vierde prik al gehaald heeft. Ik pleit voor een database vanuit de overheid die een signaal geeft als een kind niet volledig gevaccineerd is.”

Komende tijd zal er op heel veel plaatsen met heel veel oudercommissies door houders het gesprek over vaccinatie gevoerd worden. Verloren tijd omdat we een rituele dans aan het uitvoeren zijn, wachtend op een echt antwoord. De Brancheorganisatie Kinderopvang maakt zich hard voor een écht antwoord en denkt graag mee over een werkbare uitwerking zodat we niet straks alsnog een A4-tje moeten ophangen met de waarschuwing voor een levensbedreigende ziekte.

Muriëlle Springer, directeur bestuurder KinderRijk