Kinderopvang is een markt | 31 juli 2018

Kinderopvang is een markt

‘Private- equity fondsen verdienen geld met kinderopvangbedrijven. Dit gaat ten koste van de kwaliteit’. Zo stellen de schrijvers van een opinieartikel dat maandag 30 juli online bij het NRC verscheen. Er wordt inderdaad geld verdiend met kinderopvang. Met de intrede van de Wet Kinderopvang in 2005 heeft de overheid het besluit genomen dat de kinderopvang een markt is. Een hybride markt, waarin ouders, werkgevers en de overheid bijdragen aan de kosten ervan. In het opiniestuk wordt gesteld dat 70% van de inkomsten in de kinderopvang uit publieke middelen komen. Dat klopt niet. De verdeling tussen de 3 partijen is in 2018 32%  overheid, 32 % werkgeversbijdrage en 36% ouderbijdrage (bron: Bureau Buitenhek).

Driekwart van de kinderopvangorganisaties in Nederland is profit georganiseerd. Gecorrigeerd naar het aantal kindplaatsen is het ongeveer 50-50 % verdeeld tussen profit en not-for-profit organisaties. Profit organisaties zijn vaker klein.
Bovendien zijn het niet de organisaties die subsidie ontvangen, maar de ouders die toeslag kunnen aanvragen voor het gebruik van kinderopvang. Net zoals mensen zorg- en huurtoeslag kunnen aanvragen. Kinderopvangtoeslag is daarmee een inkomensmaatregel en organisaties – profit én not-for-profit- zijn verantwoordelijk voor hun eigen gezonde bedrijfsvoering.
Een kleine DGA, een groot private-equity fonds of een stichting: allemaal moeten ze voldoen aan dezelfde behoorlijk strenge en gedetailleerde wet- en regelgeving. Ze hebben allen dezelfde wijze van toezicht en handhaving en volgen dezelfde cao. Investeren in de kwaliteit en de medewerkers is voor elke organisatie een must, immers: anders maken ouders een andere keuze in een concurrerende markt.
Uit onderzoek (bron: vergelijking GGD inspecties door Bureau Buitenhek 2016) blijkt dat er geen verschillen zitten in de kwaliteit van de kinderdagopvang  tussen profit en not-for-profit. Als het gaat om de kwaliteit van de BSO scoort het profit deel van onze sector zelfs significant beter.

De kinderopvang heeft tussen 2011 en 2017 een diepe crisis doorgemaakt en heeft zich vervolgens veerkrachtig weer herpakt. Mede en misschien wel voornamelijk dankzij de ondernemers die in de crisis vaak zelf een flinke stap terug moesten doen in hun inkomen.
De Brancheorganisatie Kinderopvang is tegen constructies die uitsluitend gericht zijn op financieel gewin, op welke manier dan ook georganiseerd. Dat past niet bij onze sector en ook breder niet meer in onze maatschappij.  Dat is ook niet aan de orde in de kinderopvang. We zien de afgelopen jaren juist dat er ondanks de crisis veel is en wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de kinderopvang. Door not-for-profit én profit organisaties. De kinderopvang is een sector waar ondernemerschap hoog in het vaandel staat. Dat merk je aan de wendbaarheid en de innovatiekracht die deze sector toont en de focus op kwaliteit in crisis én in economisch goede tijden.
En daar zijn wij als Brancheorganisatie Kinderopvang en ik als scheidend directeur trots op.

Heidy Knol