Van welke brancheclub ben jij eigenlijk lid? | 24 juli 2018

Van welke brancheclub ben jij eigenlijk lid?

Die vraag wordt mij de laatste tijd steeds vaker gesteld door collega’s. Niet zo gek, want de keuze is reuze, tegenwoordig. Brancheorganisatie Kinderopvang (BK), Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), Vereniging GastouderBranche (VGOB) en sinds kort de Branchevereniging Ondernemers in de Kinderopvang (BVOK). Een brancheorganisatie is volgens de Dikke van Dale een organisatie die de bedrijven in een bepaalde branche vertegenwoordigt. Die vertegenwoordiging wordt een stuk lastiger, als er meerdere clubs zijn die tot op zekere hoogte hetzelfde doel nastreven. Mensen die door mekaar heen praten, worden doorgaans niet zo goed verstaan. En tegen mekaar uitgespeeld. Het was precies daarom, dat er in 2011 één brancheorganisatie in de kinderopvang ontstond, een fusie van de MO-groep en BKN.

Die gezamenlijke stap voorwaarts werd in 2016 alweer teniet gedaan door de oprichting van BMK. Daar ging een rumoerige periode aan vooraf, waarbij sommige leden zich blind leken te staren op de onderlinge verschillen in plaats van de overeenkomsten tussen organisaties centraal te stellen. Een tendens waar ik ook als bestuurslid van de BK tegen gestreden heb, maar de afsplitsing was onontkoombaar.

Waar het bij de introductie van de BMK in zekere zin nog om een inhoudelijk verschil van inzicht over de toekomst van onze sector ging, zie je bij de oprichting van de BVOK in mijn beleving vooral een drammend kind dat niet wil accepteren dat je in het krachtenveld waarin onze sector zich begeeft moet geven en nemen. Dat je niet altijd alles zelf kan bepalen. En dat als je niet samenwerkt, er voor jou bepaald wordt. Een drammend kind ook, dat niet goed op de hoogte lijkt te zijn van inhoudelijke dossiers. Meerdere keren werd ik door de BVOK benaderd op een manier die deed voorkomen alsof alle andere brancheorganisaties incapabele en malafide belangenclubjes zijn die geen oog hebben voor waar het werkelijk om gaat. Dat stoort mij zeer.

De nieuwe BKR voor baby’s als onderdeel van de Wet IKK is daar een voorbeeld van. Het is één van de schaarse speerpunten die op de website prijkt van de BVOK. Ondernemers worden opgeroepen om lid te worden, zodat wat kan worden gedaan aan dit onrecht. Als oud vice-voorzitter van de BK en ondertekenaar van de Wet IKK weet ik als geen ander wat hier aan vooraf ging. Een minister met prestatiedrang en een ministerie dat daarvoor ging lopen. Met ambtenaren die hun gezicht niet wilden verliezen. Het oorspronkelijke wensenlijstje als alternatief van het onderhandelaarsakkoord had nog veel meer impact gehad op de sector. Bovendien moeten we niet vergeten dat de basis van de Wet IKK goed is, immers kwaliteit streven wij allemaal na. Maar kinderopvang moet ook uitvoerbaar, betaalbaar en daarmee toegankelijk blijven en om die reden is destijds in het akkoord opgenomen dat het ministerie tot een evenredige aanpassing van de maximum-uurprijzen zou komen. Die afspraak wordt nu geen gestand gedaan. Aan wie ligt dat? En maken we daar niet allemaal een punt van?

Kortom: door al het geluid dat alle belangengroepjes nu maken, worden wij er als sector niet bepaald sterker op. Er is belang bij en behoefte aan een brancheorganisatie die de kinderopvang in de breedte benadert. Die geen groepen ondernemers uitsluit. Daarom ben en blijf ik lid van de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Door Jelmer Kruyt, directeur Koningskinderen

Gerelateerde dossiers Politiek & Wetgeving Ondernemerschap IKK